Schnitzel met aardappelsalade en radijsjes
Krokant gebakken schnitzel blijft een klassieker waar je altijd mee scoort. In deze versie wordt de schnitzel gepaneerd met panko en kruiden voor extra crunch. Geserveerd met een frisse aardappelsalade en radijsjes krijg je een gerecht dat tegelijk licht, fris en heerlijk hartig is.
Bereiding
Schil de aardappelen en kook ze gaar in gezouten water. Giet ze af, laat ze afkoelen en snijd ze vervolgens in hapklare stukken.
Snipper de rode ui fijn en snijd de radijsjes in partjes. Meng de aardappelen met de ui, radijsjes, bieslook en dille. Roer de witte wijnazijn, mosterd, mayonaise en yoghurt onder de salade. Kruid met peper en zout en zet koel.
Meng de peterselie en tijm onder de panko. Kruid de kalfslapjes met peper en zout.
Zet drie diepe borden klaar: één met de bloem, één met de losgeklopte eieren en één met de panko. Haal de kalfslapjes eerst door de bloem en klop de overtollige bloem eraf. Dompel ze daarna onder in het ei, laat even uitlekken en wentel ze tot slot door de panko.
Bak de kalfslapjes in olijfolie op een matig vuur langs beide kanten goudbruin en krokant. Laat ze uitlekken op keukenpapier.
Serveer de schnitzels met de aardappelsalade met radijsjes en een partje citroen.
Wat vond je van dit recept?
Laat het ons weten door dit recept een rating te geven.