Konijn
Konijn heeft een fijne smaak, het is sappig en het past perfect in de hedendaagse, lichte keuken. Konijnen worden altijd jong geslacht. Op die manier is het vlees steeds mals. Er is zowel tam als wild konijnenvlees verkrijgbaar. Een tam konijn van goede kwaliteit is kort en heeft een forse, brede rug. Het vlees is lichtroze. Op basis van de lever kan u zien hoe vers het konijn is. Hij moet egaal en bleek zijn en mag geen donkere verkleuringen vertonen. Een wild konijn is iets kleiner. Het vlees is lichter van kleur en heeft een uitgesproken wildsmaak.
Aankopen
Konijn wordt zowel in zijn geheel als in stukken verkocht. Konijn is het ganse jaar door te verkrijgen bij de slager, poelier en in het grootwarenhuis, zowel vers als diepgevroren. Vaak kan u bereid konijn kopen. Konijn wordt ook meer en meer verwerkt tot burger of worst.
Bewaren
Als u vers konijn koopt, consumeert u het best onmiddellijk. U kan eveneens diepgevroren konijn aankopen.
Bereiding
Het vlees van een tam konijn is malser dan dat van een wild konijn. Wild konijnenvlees is droger en dient gebardeerd te worden. (Barderen is het omwikkelen van wild met lapjes vers, vet spek om te vermijden dat het vlees uitdroogt tijdens het bakken.)
Konijn kan o.a. gestoofd worden, gebakken in de oven of in de pan, gestoomd, gewokt, roergebakken of geroosterd op de barbecue.
Gezondheid
Konijn is licht verteerbaar en behoort tot de magere vleessoorten. De rug en de schouder bevatten iets meer vet. De beperkte hoeveelheid vet in konijn bestaat voor ongeveer een derde uit verzadigde vetzuren en voor bijna twee derden uit cholesterolvriendelijke onverzadigde vetzuren. In vergelijking met veel andere vleessoorten bevat konijn bovendien procentueel meer hartvriendelijke omega-3-vetzuren.
Een portie konijn van 100 g levert gemiddeld zo’n 150 kcal, het is rijk aan vitamine B12 en kwaliteitseiwitten en is een goede bron van ijzer.
|
||||||||||||












