Rosbief met peertjes in rode wijn

Hoofdgerecht
Feestrecepten kerst
4
  • 800 g rosbief, op kamertemperatuur
  • 6 peren (type conference)
  • 6 sjalotten
  • 6 stronken witloof
  • 30 amandelkroketten, kant-en-klaar
  • 1 fles rode wijn (75 cl)
  • 100 ml crème de cassis of donkerrode bessenlikeur
  • 1 tl 4-kruiden
  • 1 el honing
  • 1 klontje boter en nog eens 50 g boter
  • 1 el suiker
  • nootmuskaat
  • peper en zout
Breng voor de bereiding van de peertjes 3/4de van de fles wijn en de bessenlikeur met de honing en de 4-kruiden in een stoofpot aan de kook. Voeg de peren en de sjalotten toe. Laat het stoven op een zacht vuurtje tot de peren gaar zijn. Haal de peren en sjalotten eruit en laat het kookvocht verder 2/3e inkoken.
 
Verwarm voor het vlees de oven voor op 220 °C. Kruid de rosbief met peper en zout. Smelt een flinke klont boter in een pan of braadslee en kleur je rosbief aan alle zijden aan. Verminder de oventemperatuur naar 200 °C en laat je vlees 12 minuten garen. Verlaag de temperatuur van de oven verder tot 180 °C en laat het vlees nog 8 minuutjes garen. De kerntemperatuur van het vlees moet 48-51 °C zijn, zo is het vlees mooi rood. Wil je meer rosé vlees, braad dan nog eens 8 minuutjes in de oven op 180 °C (met kerntemperatuur 51 à 54 °C). Haal dan het vlees uit de oven en laat het nog 15 minuten onder aluminiumfolie rusten.
 
Roer voor de saus de aanbaksels in de pan/braadslee los terwijl je de rest van de wijn aan de kook brengt. Voeg nog 50 g boter al kloppend toe.
 
Stoof het witloof. Kleur het daarna goudbruin met een klontje boter, bestrooi met een beetje suiker en laat wat karameliseren. Kruid het witloof met nootmuskaat, peper en zout.
 
Frituur de amandelkroketten.

Serveer een sneetje rosbief met een peer en sjalotje, schik een stronkje witloof en 2 kroketjes ernaast.
Zet de saus apart op tafel.
 

 

You must have Javascript enabled to use this form.

Nieuwsbrief