Karnemelk

Oorspronkelijk was karnemelk (of botermelk) een bijproduct van de bereiding van boter. Tegenwoordig wordt karnemelk gemaakt door de melkzuurbacteriën Lactococcus lactis diacetylaris aan gepasteuriseerde magere melk toe te voegen. Karnemelk is dus een gefermenteerd zuivelproduct waardoor de smaak van de melk licht zurig is en de consistentie iets dikker dan bij gewone melk. Het ferment bestaat uit andere melkzuurbacteriën dan diegenen die voor de bereiding van yoghurt worden gebruikt. Melkzuurbacteriën zetten de suiker die van nature in melk aanwezig is (lactose) om in melkzuur.

Karnemelk is een verfrissende dorstlesser.

Kwaliteit

Karnemelk van eigen bodem voldoet aan de kwaliteitseisen van IKM. IKM staat voor Integrale Kwaliteitszorg Melk. Dat wil zeggen dat de kwaliteit van de melk in elke fase, van productie tot transport, gewaarborgd wordt. Niet alleen hygiëne en veiligheid komen hier aan bod, maar ook dierenwelzijn en milieu.

Daarnaast zijn er natuurlijk ook de strikte kwaliteitsnormen van het Federaal Agentschap van de veiligheid van de voedselketen (FAVV) waaraan melkproducenten en -verwerkers moeten voldoen.

Bereiding

Karnemelk wordt o.a. gebruikt bij de bereiding van pap, pudding, soepen, sauzen en nagerechten.

Tip: een typisch West-Vlaamse lekkernij is tatjespap. Het is een puree op basis van aardappelen, gekookt in karnemelk. Voeg er nog een gepocheerd eitje en grijze noordzeegarnalen aan toe. Heerlijk!

Gezondheid

Karnemelk behoort tot de magere melkproducten. Het bevat weinig calorieën, weinig of geen vet en is arm aan verzadigde vetzuren. Het is rijk aan eiwitten en een bron van calcium en vitamine B2.

Bewaring

Dankzij de verschillende soorten thermische behandelingen kan je karnemelk vrij lang bewaren. Eens de verpakking geopend is, bewaar je de melk best in de koelkast en verbruik je ze zo spoedig mogelijk.