Lamsbout op grootmoeders wijze
Ingrediënten voor 4 personen
1 lamsbout
2 wortelen
2 takjes selder
1 ui
2 sjalotten
6 teentjes knoflook
1 citroen
boter
verse rozemarijn
peper en zout
Bereidingswijze
Vraag je slager om het dijbeen uit de lamsbout te verwijderen en het vlees mooi egaal op te binden. Zo krijg je een veel gelijkmatiger bakresultaat.
Snijd de ui, sjalotten, wortel en selder in niet te kleine stukken. Plet de ongepelde lookteentjes onder een groot mes. Doe alle groenten met de look in de bodem van een ovenschaal. Prik wat takjes verse rozemarijn in de lamsbout en kruid met peper en zout. Wrijf het vlees flink in met boter en leg het op de groenten.
Bak 10 tot 15 minuten in een oven op 180°C om het vlees te kleuren. Draai vervolgens de oven terug tot 140°C en laat de bout nog een klein uurtje garen. Als het vocht dat uit de bout loopt helder begint te worden, dan is het vlees mooi rosé. De kerntemperatuur moet 55°C zijn. Laat het vlees minstens 10 minuten rusten onder aluminiumfolie.
Verwijder intussen de lookteentjes uit de pan en blus het braadvocht met een klein scheutje citroensap. Haal de lookteentjes uit de pel en duw ze door een zeef. Giet dan de braadjus door dezelfde zeef en roer de saus af met klontjes koude boter.
Trancheer de lamsbout en serveer met de saus. Gestoofde worteltjes en aardappeltortilla’s smaken er heerlijk bij.







