Champignon

Algemene info

Champignons zijn paddenstoelen met een ronde, witte, vlezige hoed en een vrij neutrale smaak.

De witte champignon is de populairste en meest gekweekte eetbare paddenstoel, maar tegenwoordig worden steeds meer andere soorten in de keuken gebruikt, zoals de reuzenchampignon, de kastanjepaddenstoel en de oesterzwam en de shii-take.

Aankopen/kwaliteit

Verse champignons zijn vast, vers en vrij van vreemde geur of smaak. De champignons hebben geen bruine vlekjes en zijn niet gevliesd of geschubd. Reken 200 gram paddenstoelen per persoon.

Bewaren

Champignons kan je na aankoop nog enkele dagen in de groentelade van de koelkast bewaren. Dek ze af met plastic folie om uitdrogen tegen te gaan.

Bereiden

Maak champignons schoon met een vochtig keukenpapiertje of een zacht borsteltje. Doe dit pas vlak voor bereiding. Je maakt champignons trouwens droog schoon, want als je ze in water legt, dan zuigen ze zich vol. Dat water laten ze bij het bereiden weer los en daarmee gaat wat van de smaak verloren. Snij de onderkant van het steeltje en snij de champignons daarna in plakjes. Kleine exemplaren kun je ook heel laten. Grotere exemplaren snij je in plakjes of in vieren.

Voedingswaarde/Gezondheid

Champignons bestaan voor ongeveer 90 % uit water en bevatten bijna geen vet. Ze brengen bijgevolg weinig calorieën aan. Champignons bevatten veel mineralen en sporenelementen (in het bijzonder kalium en fosfor). Zij zijn een goede bron van vitaminen uit de B-groep (vooral B2).
In vergelijking met andere groenten (uitgezonderd peulvruchten) bevatten champignons relatief veel eiwitten, namelijk gemiddeld 3 tot 4 g per 100 g vers product. Sommige beweren daarom dat ze goede vleesvervangers te zijn. Dit is echter overdreven: 100 g champignons bevat 3 tot 4 g eiwitten, 100 g vlees of vis bevat ongeveer 20 g eiwitten. Een portie champignons van 300 g levert bijgevolg nog maar half zoveel eiwitten als een bescheiden portie vlees van ongeveer 100 g.